Donderdagavond 30 april was het zover.  Afspraak met erkend vogelringer Jan De Boe om de twee uilenjongen, en als het even kon, ook de moeder uil op haar nest te strikken voor een ring. Jan is daarbij niet bepaald aan zijn proefstuk toe. Alleen al dit jaar voorzag hij een honderdtal uilen in Vlaams Brabant van een ring.

Zo een metalen ring met een nummer blijft voor altijd rond de poot van de uil zitten. En leert veel over hoe het gaat met onze uilen.  Zo weten we al dat de jonge uilen niet ver weg trekken: nauwelijks 3 à 5 km. Vorige jongen van de uilenkast aan de Oud Nethensebaan in Sint Joris Weert installeerden zich in de buurt van het Zoet Water.  Met zo een 50 hectare (500 meter op 1000 meter) heeft een volwassen uil een voldoende groot territorium voor de rest van zijn dagen.

Wellicht kennen ze dat territorium gaandeweg op hun duimpje: erg nuttig voor hun nachtelijke strooptochten. Meest voorkomend op hun menu zijn bosmuizen en de rosse woelmuis.  Die weten ze te vinden in het bos. Dat zagen we ook aan wat werd en wordt aangebracht in de nestkast: bosmuizen waren het geliefde eten. Maar ook eekhoorn-jongen, vers uit het nest geplukt.  Wellicht weten bosuilen zo ook waar ze in hun territorium wat kunnen vinden: waar de eekhoorns rondhangen en nesten bouwen, waar de kikkers, waar de muizen, waar de vogelnesten.

Er zijn ook alsmaar meer voedselconcurrenten in het bos.  Vos, wasbeer, marter houden ook wel van een menu met bosmuizen, rosse woelmuizen, jonge ratten , eekhoorns en dat soort hapjes.  Ook de kerkuil hangt hier rond. En overdag ook de sperwer, buizerd en havik. De havik lust ook wel een bosuil, dat is uitkijken geblazen voor de bosuil. 

Het ringen

Voilà: zo ziet de nestkast eruit die velen intussen van binnen kennen via de camera-beelden. Zowat 8 meter hoog in een grote beukenboom in een tuin langsheen de Oud Nethensebaan in Sint Joris Weert
Al meteen een succesje die avond: de moeder-uil liet zich strikken en bleek zonder ring door het leven te gaan. Ze werd als eerste op schoot genomen voor een korte inspectie en een metalen ring rond de poot.
Moeder uil bleek in goede gezondheid, op wat veerluis na: die luis tast de veren aan, maar verder hebben uilen daar nagenoeg geen hinder van. Zoals het jonge uilenmoeders past hield ze er discreet een royale blote buik op na: een grote broedvlek zonder pluimen. Zo kunnen de eieren, en nadien de jongen lekker warm worden gehouden met rechtstreeks huidcontact. Die blote buik zie je hier op de foto.
Het ringen zelf liet moeder uil rustig begaan: geen poging tot verzet of wild gespartel in de kundige houdgreep van ringer Jan.
Om ze te wegen en geduldig haar terugkeer naar de nestkast af te wachten werd ze in een linnen zak geborgen. En dan op de weegschaal gezet: een forse 425 gram
Dan was het de beurt aan de twee jonge uiltjes om geringd te worden . Een vogelringer heeft daarom best geen hoogtevrees.
Even tasten in het nest vanop de hoge ladder
En daar werd Hor uit het nest gelicht: meteen vanuit de nestkast veilig in de linnen zak . Muz wachtte op zijn beurt.
Daar kreeg uilenjong Muz zijn ring. Met het tangetje wordt de ring rond de poot gesloten: die tang knijpt echt niet in de poot .
Daar gaat de ring dicht. Tot de dood hen weer scheidt.
Ook Muz liet alles rustig begaan: voor het eerst buiten uit de nestkast, bij daglicht rond kijkend naar die grote nieuwe wereld rond hem. En met een fonkelnieuwe ring rond zijn linkerpoot.
Wegen kon zo, zonder linnen zakje op de weegschaal. Hor liet rustig begaan.
Hor wou alvast zelf meelezen wat de ringer over zijn kenmerken in zijn schriftje noteerde: gewicht, afmetingen, nummer.
Gelezen en goed bevonden door Hor en Muz. Wetenschappelijk geen naam: slechts pulli. De eerste 275 gram, de tweede 294 gram. Dezelfde dag uit het ei gekomen, maar het eerste ei was er een paar dagen vroeger. De 130 en 120 slaan op de vleugellengte. Bovenaan de gegevens van de mama.
Nog even gestrikt voor een snapshot
En dan weer terug geplaatst in de vertrouwde nestkast.
Even na de twee uilskuikens werd ook de grote moeder uil terug in de nestkast geplaatst. En bleef er zitten: elk in een hoekje van de nestkast.

Epiloog

Diezelfde avond volgden nogal wat ongeruste zielen bezorgd wat in de nestkast gebeurde. Kan allemaal met DEZE LINK Kort nadat het duister viel, verliet mama uil de nestkast. En anders dan vorige avonden keerde ze deze keer niet terug om er de nacht door te brengen. Voor de jongen was het de eerste nacht alleen in de nestkast.

Het was dan ook een heel warme dag geweest. En in bosuil gezinnen nogal gebruikelijk dat de moeder bosuil de nestkast verlaat als de jongen 2 à 3 weken oud zijn, en zichzelf op warmte weten te houden. Dan gaat moeder uil samen met de papa uil mee jagen om de hongerige jongen eten te brengen. Die hebben nu eenmaal alsmaar meer eten nodig.

Tientallen ogen volgden ’s avonds en ’s nachts op de camera of er wel eten werd aangebracht. En waarom die uil niet terugkeerde. Moest er een reddingsactie worden opgezet, vroeg iemand. We vroegen ons al af of we de overschotten van de barbecue, de chipolata en zo, best moesten opsparen om in het nest te gooien ?

Geen nood: bij de nestkastvolgers werd met opluchting geregistreerd dat er ’s nachts toch eten werd aangebracht, al leek dat spaarzamer dan anders. We zagen een bosmuis die werd binnen gegooid en meteen door een jong werd verslonden, met huid en haar. Terwijl het andere jong gefrustreerd en hongerig rond drentelde.

En overdag slapen ze. De kleinste is er bij gaan liggen. Maar dat deden ze ook al de voorbije dagen .

Bijvoederen is hoe dan ook geen goed idee. En helaas: het gebeurt wel eens dat sommige jongen het niet halen. Veel onweer vannacht kan het jagen van de oudjes doen mislukken. En allerlei andere factoren kunnen roet in het eten gooien. Er is wat geluk nodig om uilskuikens groot te brengen Ook al kijkt het halve dorp mee: een zeemzoete Disney-afloop is niet gegarandeerd.

Maar we duimen. Kijkt u mee ?