De eerste Stolperstein werd gelegd aan de vroegere woning van Rik Verreydt aan de Naamsesteenweg 58. Rik Verreydt was net voor de oorlogsjaren actief in de KAJ, en werd er binnengehaald als vrijgestelde, als propagandist heette dat, voor de Katholieke Werklieden Bond, de voorloper van de KWB, nu Raak. Dat nadat hij in juni 1940 uit krijgsgevangenschap was teruggekeerd.
De KAJ met Cardijn als bezieler was al langer afkerig van het nationaal socialisme. En wou al helemaal niet ingaan op de wensen van de Duitse bezetter om op te gaan in een soort van nationaal socialistische jongerenbeweging. In de Leuvense arbeidersbeweging was er ook van meetaf aan verzet tegen de eerste pogingen om de verboden vakbonden te laten opgaan in de door de bezetter gedirigeerde “neutrale” Unie van Geestes- en Handarbeiders” .

De Duitsers tolereerden bijeenkomsten van jeugdgroeperingen op voorwaarde dat ze zuiver godsdienstig waren. Aartsbisschop Van Roey stelde de KAJ voor om haar werkzaamheden verder te zetten door bijeenkomsten in de kerken te organiseren. De KAJ-leiding weigerde dat: de leiding wou uitdrukkelijk jongeren van alle overtuigingen bereiken, en niet enkel katholieke jongeren.
Daarop gingen de Kajotters verder met hun werking, waarbij Rik Verreydt zich niet onbetuigd liet en in het hele arrondissement Leuven verder activiteiten organiseerde. Bijeenkomsten van de KWB en KAJ, onder een gecamoufleerde titel, waarbij ze al snel focusten op het uitleggen, en gaandeweg ook organiseren, hoe jonge arbeiders en boerenzonen konden ontsnappen aan de verplichte tewerkstelling in Duitsland.
Vanaf december 1941 organiseerden de Duitsers een aanvankelijk vrijwillige, nadien verplichte arbeidsdienst in Duitsland: werkloze jongeren moesten naar Duitsland gaan werken in de fabrieken. Zodat Duitse jonge arbeiders in het Duitse leger dienst konden doen. Dat stuitte op verzet bij de kerk, bij de Leuvense universiteit, en uiteraard ook bij de arbeidersbeweging. Bij de kerk speelde ook mee dat jonge arbeiders daar ver van huis terecht kwamen, niet gespeend bleven van de nazi-ideologie, en in wat “zedeloze” milieu’s vertoefden met weinig katholieke opvattingen rond waarden en normen, en rond seksualiteit. Een omzendbrief van Kardinaal Van Roey die in alle kerken werd voorgelezen met kritiek op die arbeidsdienst leidde tot een ernstig conflict tussen kerk en nazi-bezetter.
In december 42 maakte de Militarsbefehlshaber zijn beklag bij de leiding van de Christene Sociale Werken” in Leuven over de activiteiten van Rik Verreydt omdat hij zich op ontoelaatbare wijze met sociale vraagstukken inliet. En bij de Arbeidsdienst was tussengekomen om opgeroepenen voor verplichte tewerkstelling vrij te stellen . De Christelijke Sociale Werken werden gevraagd hun standpunt hiertegenover uit te leggen. Van september tot december diende Rik Verreydt liefst vier keer bij de Duitsers uitleg te gaan geven over zijn lezingen.

Naast het Duitse militair bestuur was er ook de SS, de Sicherheitspolizei Sicherheitsdienst , met een afdeling “Politische Kirchen und Sekten” die argwaan had tegen de Kajottersbeweging. Ze kregen er lucht van bijeenkomsten, met uitnodigingen waarop noch naam van de spreker noch het thema waren vermeld. Seeck, de leider van die SS afdeling liet in een van zijn verslagen later een model afdrukken van de uitnodiging voor een bijeenkomst in Sint Joris Weert. En rapporteerde in zijn verslag via een aanwezige verklikker wat er zoal was gezegd door Rik Verreydt.
Een vergadering in Sint Joris Weert
Een sleutelmoment voor Rik Verreydt was inderdaad die KAJ -vergadering in Sint Joris Weert op vrijdag 19 februari 1943 . Die ging door in “het café naast de kerk te Sint Joris Weert”. 114 man was aanwezig, men had ook alle geïnteresseerden uit de gemeente uitgenodigd. Rik Verreydt gaf een inleiding , en antwoordde zoals steeds op een lange reeks vragen. De Duitsers waren ingelicht over het verloop van deze vergadering door Juul Malliet, smalend het “facteurke van Oud Heverlee “ genoemd. De zondag erop werd de burgemeester van Sint Joris Weert, de heer Spreutels aangehouden “ bij thuiskomst na de vroegmis”. De Duitsers zochten ook Joris Decoster, de lokale KAJ leider. Maar die was al vertrokken naar een leidersvergadering van de KAJ in Leuven. Daar werd hij opgepakt.
Ondergedoken

Die zondag waren er in het arrondissement Leuven nog 5 voorlichtingsvergaderingen voorzien in de regio van Diest en Aarschot. Zondagavond kon de priester directeur van de Christen Sociale Werken Achiel Van Oostveldt uiteindelijk Rik Verreydt verwittigen dat hij werd gezocht wegens de vergadering in Sint Joris Weert. Ze kwamen overeen dat Rik zijn werk verder zou zetten, maar noch thuis, noch op zijn werk in Leuven langskomen.
Binnen de Leuvense sociale werken leidde dat aanvankelijk tot wat discussies: sommigen vonden dat Verreydt zich moest gaan aangeven, zodat de burgemeester, de plaatselijke en de verbondelijke KAJ leider zouden vrijkomen. Achiel Van Oostveldt en Rik Verreydt schatten dat anders in en bleven bij hun afspraak. Rik Verreydt dook onder. Hij was inmiddels ook al stevig geëngageerd bij de Nationale Koninklijke Bond die hier snel naar een gewapende verzetsbeweging evolueerde.
Misverstand tussen Duitse diensten
Op dinsdag 23 februari 1943, twee dagen na de arrestaties, werd bij Verreydt thuis een oproepingsbevel afgegeven om zich te komen aanmelden bij de Duitse bevelhebber van het Brusselse Noordstation. Dat was dan weer afkomstig van een andere Duitse dienst, die met een eerder opgemaakte lijst een 20tal Leuvense figuren had opgeroepen. Langs Belgische kant vermoedde men dat de ene Duitse dienst niet van de vragen van de andere Duitse dienst afwist. En vreesde men dat afwezigheid op deze oproeping allicht tot meer intense zoekacties zou leiden,
Daarom werd na overleg afgesproken dat Rik Verreydt zich in Brussel Noord zou aanmelden. Dat deed hij ook op 26 februari en belandde met Leuvens magistraat Paul Mertens, Alfons Vranckx (de socialistische volksvertegenwoordiger, door de Duitsers afgezette waarnemend burgemeester van Leuven, en latere minister van Justitie ) als burger gijzelaar op een militaire trein . Zo wilden de Duitsers het verzet afschrikken van treinaanslagen. Met de trein ging het naar Luik en Maastricht, en terug via Hasselt . Op 4 maart volgde een tweede oproeping en treinrit als gijzelaar. Het gebrek aan communicatie tussen Duitse diensten was daarmee treffend geïllustreerd.

Meer arrestaties
De verhouding tussen nazi-bezetter en kerkelijke overheid en kristelijke arbeidersbeweging verhardde. Het leidde er later toe dat Jozef Cardijn in de gevangenis belandde, net als de Leuvense geestelijke directeur van de christelijke sociale werken Achiel Van Oostveldt. Die had op zijn kantoor een door de Duitsers uitgezonden verklikker geholpen met een vrijstelling van arbeidsdienst. Ook de Leuvense rector die weigerde om namenlijsten van op te vorderen studenten aan de bezetter te bezorgen belandde in de gevangenis.
Ze zaten uiteindelijk met drie (Achiel Van Oostveldt, Emiel Kestens, Joris Decoster) in februari 1943 opgesloten in de gevangenis van Sint Gillis, zonder contact met elkaar. Toch konden ze stiekem met elkaar afspreken om de verantwoordelijkheid voor de Leuvense studiedag enkel op Achiel Van Oostveldt te schuiven. In augustus kwam Emiel Kestens vrij. Achiel Van Oostveldt kwam na 9 maanden gevangenis vrij.
Albert Blanchart
Albert Blanchart groeide op in het kasteel Harcourt in Vaalbeek: zijn ouders waren inwonend dienstpersoneel op het kasteel: hij jachtopziener, zij dienstmeid. Na zijn studies aan het atheneum in Leuven werkte hij op de dienst arbeidsbemiddeling, de voorloper van de RVA in Leuven. Bij het uitbreken van de oorlog was hij reserve onderluitenant, en kwam in 1940 vrij als krijgsgevangene.

De Nationaal Koninklijke Bond
In het Leuvense was eind 1940 door Lucien Meyer uit Aarschot, na samenkomsten met scheikunde-professor Eugène Mertens de Wilmars, de Nationale Koninklijke Beweging opgericht. Mertens de Wilmars was een voormalig Rexist, die niet wou weten van de collaboratie van Rexleider Leon Degrelle. Ze wilden de Belgen “die verdeeld waren door partijtwisten en klassenstrijd” weer bijeenbrengen onder de leiding van Koning Leopold III. De toenmalige koning had het niet begrepen op de parlementaire democratie, en wou een autoritaire staat leiden waarin de koning de regering zou samenstellen . Weg met alle partijpolitiek, “een België onder leiding van zijn eenige meester: onze koning Leopold III” luidde het in een NKB -pamflet van begin 1941.
De beginselverklaring van de NKB vroeg wat dubbelzinnig ”een bekwame regering, rechtstreeks door den Koning aangesteld en verantwoordelijk voor de Natie, overeenkomstig de principes die ten grondslag liggen aan onze parlementaire democratie.” . Alvast een slecht begin voor goede relaties met de regering in London. Dat koning Leopold III ook al in 1942 pogingen ondernam om als alleenheerser voor een Belgisch ministaatje onder goedkeuring van nazi-Duitsland te functioneren was niet bekend. Na juni 1941, de Duitse inval in de Sovjetunie ontwikkelde de NKB zich tot een actieve, gewapende verzetsgroep tegen de Duitse bezetter. Ze wilden ook jongeren weghouden van het VNV en collaboratie.
Blanchart en Verreydt
Albert Blanchart was wijkmeester voor de KWB en via die contacten bracht hij Rik Verreydt bij de NKB. Albert Blanchart werd al in 1941 aangesteld als “militair bevelhebber” voor Leuven: inlichtingen inwinnen over de vijand, saboteren van oorlogstuig, verstoren van spoorverkeer. Albert Meyhi vormde de groep in Oud Heverlee. Al in september 1941 was ook Rik Verreydt aanwezig op geheime vergaderingen van de NKB na de eerste arrestatie en folteringen van de stichter Lucien Meyer. De initiatieven van de Christelijke Werkliedenbond, de NKB en later ook de partizanen raakten vaker vervlochten.
In augustus 1941 gaf een grote vredesbedevaart van de KWB in Scherpenheuvel met een toespraak van Cardijn nieuwe impulsen voor aktieve desertie van de tewerkstelling in Duitsland. Jongeren doken onder, wat materiële problemen gaf door gebrek aan inkomen. Er ontstond een samenspel tussen Albert Blanchart die geld en rantsoenzegels leverde aan Rik Verreydt, die daarmee op zijn beurt ondergedokenen hulp kon bezorgen.
Er werd door de NKB militair materiaal verduisterd, telefoonverbindingen doorgesneden, sluikpers verspreid, … Er kwamen contacten met een afgevaardigde van de regering in London voor een aktieplan tegen de bezetter: opblazen van bruggen en spoorwegen, vernietigen van Duitse verbindingslijnen, troepenbewegingen doorgeven, geallieerden piloten helpen onderduiken, net als Russische krijgsgevangenen die vluchten uit de Limburgse mijnen.
Er werd ook actief ingezet op het verstoren van de oproepingen van jongeren voor verplichte arbeidsdienst. Op de Christelijke Sociale Werken was er zowat een permanentie. Albert Meyhi de NKB’er uit Oud Heverlee zorgde voor bewijzen van vrijstelling op basis van teeltplannen in de landbouw. Er werden voorraden van valse identiteitskaarten aangelegd en aangemaakt met de hulp van gemeentesecretarissen uit gemeenten uit het Leuvense,.
Rik Verreydt kwam samen met Blanchart in een kerngroep die een sluikblad zou gaan uitgeven, in dienst van de gewapende weerstand. Ook het zorgen voor stempels op vervalste bewijzen van verplichte arbeidsdienst werd een specialiteit van Rik Verreydt. Men bereidde gewapende akties voor. Ze onderschepten bij de post brieven van verklikkers aan de Duitse overheid en verwittigde de verklikten vooraleer de brieven weer naar de bestemmeling gingen. Er werden door commando’s onder leiding van Rik Verreydt overvallen gedaan op gemeentehuizen om rantsoeneringszegels te stelen. Dat ook af en toe met de vooraf geregelde gewillige medewerking van de gemeentesecretaris. Er werden ook zegels geleverd aan de partizanen. Uit het wapendepot in het Meerdaalbos werd munitie gestolen. Op ettelijke velden in het Leuvense werd koolzaad voortijdig gemaaid of in brand gestoken, om het niet in handen te laten komen van de Duitsers.
Op 1 september 1943 keerde het tij: op 1 nacht werden verschillende NKB leiders aangehouden door de Duitsers. Onder hen ook Albert Blanchart, meteen bij zijn terugkeer uit huwelijksreis. Rik Vereydt bleef voor de Duitsers onvindbaar, zijn vader werd op 9 september als gijzelaar voor zijn zoon aangehouden. Pas na enkele maanden werd vader Verreydt weer vrijgelaten .
Half september vergaderden de resterende NKB’ers alweer in Holsbeek, met inbegrip van Rik Verreydt. Bij nieuwe razzia’s werden weer andere NKB’ers en leiders gearresteerd. De akties gingen verder ook al werden andere NKB’ers in Breendonk gefusilleerd.
Op 1 maart 1944 deelde de Duitse militaire overheid in een persbericht mee dat op 27 februari “door terroristen” een aanslag was gepleegd waarbij een Waals lid van de collaborerende Wachtbrigade werd gedood, en een Vlaams lid zwaar gewond. Ook was er een gewapende overval gepleegd op een huis van de Nationaal Socialistische Arbeiderspartij te Brussel. Daarom werden ter vergelding tien “terroristen” aangewezen om te worden gefusilleerd. Onder hen Albert Blanchart. Hij stierf op 2 maart 1944 door het vuurpeloton.
Rik Verreydt bleef de hele oorlog uit handen van de Duitsers. Hij speelde met de witte brigade nog een rol bij de machtswisseling. Na de oorlog kwam hij in dienst van de RVA en sleet zijn laatste jaren in Oud Heverlee.
