Op de gemeenteraad van 27 januari had Maggy Steeno (N-VA) een agendapunt gevraagd over het woonzorgcentrum De Kouter. Ze schetste dat ze zelf met 33 andere onbetaalde vrijwilligers actief was in De Kouter als ondersteuning bij de zorg. Dat als aanvulling van de beroepskrachten in De Kouter.
Het vorig bericht op deze website, zie deze link waarin werd weergegeven hoe slecht De Kouter scoort inzake het aantal verpleegkundigen, zorgkundigen en reactivatiepersoneel had de wenkbrauwen doen fronsen. Hier stond immers te lezen dat De Kouter op in totaal 818 woonzorgcentra, op 13 centra na de allerlaagste personeelsbezetting had van alle Vlaamse woonzorgcentra. Amper 0,33 voltijdse equivalenten per bewoner, terwijl andere instellingen in het Leuvense vlot het dubbele halen. En dat terwijl De Kouter dan weer bij de groep van duurste woonzorgcentra hoort. “Wat is dat allemaal in De Kouter”, wou Maggy Steeno weten.

Patrice Lemaitre (Pro OH) bevestigde in zijn antwoord het cijfer van 0,3 voltijdse personeelsleden per bewoner. Maar wees erop dat het ging om een officieel cijfer dat betrekking had op het jaar tussen juli 2023 en eind juni 2024. Het aantal bewoners in die periode, de personeelskost, de zorggraad van bewoners in dat jaar is bepalend voor de loonkosten-subsidie in heel het kalenderjaar 2025.
Patrice Lemaitre stelde dat die periode nog het ‘opstartjaar’ was van De Kouter, net na corona, er is toen in augustus 2023 beslist om de laatste afdeling te openen. Het aantal bewoners is toen gegroeid van 67 in derde kwartaal van 2023 naar 85 in het tweede kwartaal van 2024. En inderdaad als je dan het gemiddelde neemt van bewoners en zorgpersoneel kom je uit op dat cijfer uit Achterdoechelen, het cijfer zoals door De Kouter zelf meegedeeld aan de administratie Zorg.
Maar tijdens die periode waren er twee zorgverstrekkers in opleiding die niet zijn meegeteld, dat zou het cijfer op 0,32 gebracht hebben. Er komen binnenkort nieuwe cijfers voor het werkjaar 2024-2025, en dan zou De Kouter uitkomen op 0,35. Bovendien hebben de bewoners in De Kouter een gemiddeld lagere zorgbehoefte. Als je gaat kijken naar vergelijkbare centra met eenzelfde zorggraad, “dan stemt dat overeen”, aldus Patrice Lemaitre . We hebben er hoop op dat dit zich zal stabiliseren. Kris De Bruyne wees ook op de problemen in het begin om voldoende zorgpersoneel te vinden. Dat was voor Maggy Steeno desgevraagd een voldoende antwoord.
Het klopt niet.
Het klopt geheel niet dat de personeelsbezetting per bewoner van De Kouter overeenstemt met woonzorgcentra die een vergelijkbare zorggraad hebben van hun bewoners. Dat kan blijken uit onderstaande tabel: er zijn 43 Vlaamse woonzorgcentra die net als De Kouter een zorggraad hebben tussen de 60 en 65 %. Of met andere woorden waar 35 à 40 % van de bewoners zelfstandig kan opstaan, zich wassen, kleden, naar het toilet gaan, eten, zich verplaatsen, en evenmin dementieproblemen heeft.
Zoals te zien behoort De Kouter in die groep van heel gelijkaardige woonzorgcentra eveneens bij de “zwakste” leerlingen van de klas. Slechts twee woonzorgcentra doen het 0,1 VTE per bewoner slechter dan De Kouter. Draai het of keer het: de conclusie blijft onontkoombaar: De Kouter heeft relatief erg weinig zorgpersoneel. Ook als je rekening houdt met de kenmerken van de bewoners.
De klachten van bewoners
Intussen bereikten ons ook signalen van bewoners van De Kouter over de gevolgen van dat lage aantal zorgpersoneel op de kwaliteit van de zorg. Omdat specifieke en gedetailleerde klachten leiden tot herkenbaarheid van de betrokken bewoners, willen we deze hier niet in detail weergeven. Bewoners merken de hoge stress en werkdruk bij het personeel, dat vaak onvoldoende tijd heeft om zorg geduldig en aandachtig te verlenen. Dit leidt soms tot laattijdige reacties op oproepen.
Er is ook sprake van een tekort aan specifieke competenties binnen het zorgteam. Verpleegkundigen zijn schaars en bij een deel van het zorgpersoneel vormt een beperkte beheersing van het Nederlands een reële belemmering voor een vlotte communicatie met bewoners, mantelzorgers en familieleden. Het ontbreekt bovendien een cultuur waarin meldingen, klachten en bezorgdheden systematisch, oplossingsgericht en zorgzaam worden opgevolgd. Signalen krijgen daardoor niet altijd het nodige gewicht en worden soms geminimaliseerd, er wordt verwezen naar procedures, of het probleem doorgeschoven binnen de organisatie. Oplossingsgericht werken ontbreekt heel vaak. Dit staat los van het engagement van vele zorgmedewerkers, die functioneren onder een hoge werkdruk.
Merkwaardig is ook dat in de praktijk de vrije keuze van apotheek door bewoners niet wordt gerespecteerd, ondanks de duidelijke wettelijke bepalingen hierover. We hoorden klachten over facturen met onduidelijke supplementen of betwiste medicatiekosten. Er wordt kennelijk relatief weinig geïnvesteerd in technische hulpmiddelen die het werk van het zorgpersoneel kunnen verlichten. Zo is bijvoorbeeld niet voor alle bewoners een personenalarm met polsbandje beschikbaar. Evenmin systemen voor detectie van nachtelijke valincidenten.
Kortom, er is werk aan de winkel.
