Aftastende gesprekken vooraf.

Voor de verkiezingen waren er contacten tussen zowat alle partijen met het oog op de coalitievorming. Sommige contacten waren er al zeer vroeg: tussen SP en de CVP waren er al contacten in 1999 op initiatief van de toenmalige SP-voorzitter. Met het Vlaams Blok praatte blijkbaar niemand. Maar Agalev praatte ook niet met Fusiebelangen, en VU-ID ook niet met de CVP. “De CVP is niet meer geinteresseerd in Nieuw, enkel nog in de macht” zei Van Hamel.

De SP-versie.

Bij de SP gaat men er vanuit dat er al langer een afspraak bestond, een stil voorakkoord tussen Fusiebelangen en de CVP. Vermoed wordt dat dit wel eens al meer dan een jaar oud zou kunnen zijn. Enkele dagen voor de verkiezingen was er een contact tussen de SP (Vanderveeren en Desmet) en de CVP-onderhandelaars (Thyssen en voorzitter Schiepers). Het relaas over dat contact is nogal verschillend naargelang de bron. Van SP-kant wordt gezegd dat men duidelijk heeft gesteld dat voor de SP de grootste partij de burgemeester-sjerp kon hebben. Vermits iedereen wist dat Vandezande slechts onderhandelt als hij burgemeester kan worden, was dit volgens de SP een overduidelijk aanbod aan Marianne Thyssen om burgemeester te worden in een coalitie met SP en Agalev. Programmatorisch lagen SP en CVP dicht bij elkaar. De CVP reageerde echter zeer afwachtend, zei alle pistes open te willen houden en was niet bereid tot een exclusieve afspraak met SP (en Agalev). Meteen na het contact hadden beide SP’ers dezelfde indruk: dat het blijkbaar al rond was tussen CVP en Fusiebelangen.

De CVP-versie.

Het verhaal vanuit de CVP over dit contact klinkt dan weer heel anders. Voor een goed begrip is het belangrijk te weten dat de CVP de eigen positie vooraf niet zeer overmoedig inschatte. Door apart te gaan zou men het moeten stellen zonder het Nieuw-effect dat de CVP in 1994 mogelijks een of twee zetels meer had opgeleverd dan normaal. De CVP moest al heel wat stemmen bijwinnen om op zes mandaten te kunnen blijven, en had de nationale tendens duidelijk tegen. Voor de verkiezingen hielden zowat alle commentatoren, met inbegrip van de nationale CVP-voorzitter, rekening met een duidelijk verlies ten opzichte van 1994. Weer zes zetels halen was voor de CVP lang geen evidentie. Twaalf jaar oppositie was echter lang genoeg geweest, de CVP wou liefst op veilig spelen en in de meerderheid terecht komen. Met quasi-zekerheid waren er slechts drie mogelijkheden: een Fusiebelangen-CVP coalitie; een SP-Agalev-CVP coalitie of een voortzetting van de Fusiebelangen-SP coalitie.

De veiligste weg voor de CVP was de keuze voor een Fusiebelangen-CVP coalitie, ook al werd dan meteen een burgemeesterssjerp voor Marianne Thyssen opgeofferd. Met Agalev en SP gaan praten betekende dat men een groot risico nam: de SP kon makkelijk weggelokt worden van de onderhandelingen met drie door een lucratief voorstel van Vandezande. Die onbetrouwbaarheid van de SP hield de CVP af van een avontuur met Agalev-SP-CVP besprekingen. Vandezande kon een twijfelachtige positie van de CVP allicht meteen afstraffen met een nieuwe termijn van zes jaar CVP-oppositie. Precies dezelfde diagnose maakte ons niet enkel twee CVP-onderhandelaars, maar ook een Agalev-bron: “De CVP had gelijk om de SP niet te vertrouwen”.

Als de SP’ers het dan bij hun contact met de CVP hadden over hun uitzicht op vijf zetels (“Je gaat toch naar verkiezingen om te winnen”, bevestigt Joris Vanderveeren) klonk dit bij de CVP aanmatigend in de oren. Op basis van hun eigen inschatting kon dit tot de interpretatie leiden dat de SP naar het burgemeesterschap lonkte. Van CVP kant stipt men ook twee gevoelige verschillen aan op programma-vlak: rond de gemeente-financiŽn en inzake de evenwichten tussen vrij en gemeentelijk onderwijs.

Eťn gecontacteerde CVP-onderhandelaar zag de bezwaren voor een Agalev-SP-CVP coalitie minder of niet bij de SP, maar vooral bij Agalev. Agalev wordt dan als een moeilijke partner bestempeld, de partij die het eerste brak met de Nieuw-afspraken, en Ward Govaerts als een weinig soepele en loyale partner.

De versie van Fusiebelangen.

Albert Vandezande zag het van zijn kant zo. Voor Fusiebelangen gokte hij op het behoud van de 8 zetels, of hooguit op een verlies van een zetel: als je al 24 jaar burgemeester bent, wordt de vraag om verandering groot. Zodra duidelijk werd dat de SP zonder Constant Boghe naar de verkiezingen trok, hield hij rekening met een SP-verlies van een zetel. In dat geval zou een Fusiebelangen-SP coalitie erg krap worden, of zelfs geen meerderheid meer halen. Agalev had elke combinatie met Fusiebelangen uitgesloten, zodat enkel nog een combinatie met de CVP een relatieve zekerheid bood. Bovendien leken de programma’s sterk op elkaar. Het Nieuw-kartel van vorige keer was weinig stabiel gebleken : al na een paar maand stemden de fracties verdeeld. De Volksunie had vooraf al laten weten om bij een coalitie een schepen-mandaat of het OCMW-voorzitterschap te willen.

Hoe dan ook, op het ADO-debat, een week voor de verkiezingen ontkennen alle partijen publiek het bestaan van voorafgaande afspraken. Alle tenoren denken wel te weten waar ze elkaar op verkiezingsdag kunnen bereiken: Agalev in het station van Oud-Heverlee, de CVP in de Klokke, de SP bij Frans en Leentje, Fusiebelangen bij Vandezande thuis.