Heverleebos.jpg (23864 bytes)

 

Heverleebos

Een restant van het kolenwoud

   De geschiedenis van Heverleebos is nauw verbonden met deze van het Meerdaalwoud.

Van het vroegere kolenwoud dat heel Midden-BelgiŽ overdekte, waren na eeuwenlange houtkappingen slechts enkele stukken overgebleven: het ZoniŽnwoud, Meerdaalwoud en Heverleebos.

In het begin van de twaalfde eeuw werd het bos beheerd door de Heren van Heverlee, leenmannen van de Heren van Bierbeek.

In de 15de eeuw kwam Heverleebos dan, net zoals Meerdaalwoud, in bezit van het machtige huis van Croy. In 1618 huwde Anne De Croy met Charles d’Arenberg en aldus komen en blijven deze bossen in het bezit van de Arenbergs tot 1918.
De boskappingen waren toen al een hele tijd gestopt. Het woud had een nieuwe functie gekregen: exclusief jachtterrein van de Hertogen van Brabant. Er werd zelfs een speciale Woudrechtbank opgericht, die een tijdje in het bos zelf zetelde. Die sprak zeer strenge straffen uit voor houtdiefstal en stroperij, maar ook voor elk ander misdrijf dat begaan werd in en om het bos.

Ook de rechtlijnige dreven, in dambordpatroon, vanaf 1727 aangelegd, hadden een jachtfunctie. Zij moesten de drijfjachten vergemakkelijken.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werden alle bezittingen van de Arenbergs (van Duitse afkomst...) door de Staat gesekwesteerd.

Versnippering

   In de loop der jaren is ook dit bos versnipperd geraakt. Eerst door de aanleg van de Naamsesteenweg,(in 1754), daarna door de E40 (in 1969). In 1971 werd dit bos, onder druk van de "Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud" als landschap beschermd.

De bodem van Heverleebos is, in tegenstelling met de omliggende landerijen, eerder zandig tot zandleemachtig. De dominerende boomsoort is de rode Amerikaanse eik. Gemengd met beuk of in zuiver hooghout komt hij voor op 150 ha. Dennenbossen werden op ongeveer 170 ha aangeplant, voorheen uitsluitend gewone den, de laatste jaren meer corsikaanse den. Maar ook de lork met zijn ijl scherm en winterkale kroon groeit er op 60 ha en bevordert het ontstaan van een weelderige ondergroei.

De kruidenvegetatie van Heverleebos is eveneens gevarieerd en hangt nauw samen met de kwaliteit van de bodem. Op de rijkere standplaatsen groeien en bloeien hondsdraf, salomonszegel, speenkruid, aronskelk en de bosaardbei. Andere bodemtypes herbergen het geurige meiklokje, het dalkruid, wijfjesvaren en valse salie. Soms bedekken dicht opschietende adelaarsvaren volledig de bodem.

Roofdieren verblijven er ook, maar de wandelaar zal zelden hun aanwezigheid opmerken. De bunzing en de wezel leven er van de kleinere knaagdieren. Ook de ree is algemeen in Heverleebos.

 Meer info:  Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud