spacer.gif (820 bytes)
4blauw.gif (837 bytes) Voetwegen, kerkwegels, veldwegen, buurtwegen, het wordt allemaal door elkaar gebruikt als we het hebben over de trage wegen, die we gebruiken om fiets-en voetgangerswegen aan te duiden. Maar is dat wel correct?

spacer.gif (820 bytes)Zijn alle voetwegen, kerkwegen en veldwegen ook buurtwegen?

deze voetweg dwars door de Rooikapelhoeve staat niet in de atlas der Buurtwegen

Het juridisch statuut van deze “trage wegen” is zeer divers. De meeste trage wegen vallen onder de noemer “buurtwegen”, zoals voorzien in de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen. Deze buurtwegen zijn aangeduid in de “atlassen der buurtwegen”, die ter inzage liggen bij gemeente- en provinciebesturen.

Wat de buurtwegen betreft, moet een onderscheid gemaakt worden tussen buurtwegen met een openbare bedding en buurtwegen met een private bedding. Buurtwegen waarvan de bedding aan de overheid behoort, zijn onderdeel van het openbaar domein. Deze buurtwegen zijn op de atlassen aangeduid met een dubbele volle lijn. Daarnaast zijn er buurtwegen waarvan de bedding privé-eigendom is, maar waarvan het gebruik openbaar is. Op de atlas der buurtwegen zijn ze aangeduid met een dubbele stippellijn.

Naast de buurtwegen uit de atlas bestaan er ook “erfdienstbaarheden van doorgang”, die niet altijd in de atlassen zijn opgenomen. Een erfdienstbaarheid is beperking van het privaat eigendomsrecht in functie van het algemeen belang (in dit geval een recht van doorgang voor het publiek). Deze erfdienstbaarheden van doorgang werden meestal ingesteld om toegang te verlenen tot achterliggende percelen. Daarbij moet een onderscheid gemaakt worden tussen publiekrechterlijke en privaatrechterlijke erfdienstbaarheden. 

Een publiekrechterlijke erfdienstbaarheid van doorgang wordt toegekend door de rechtbank op basis van het Burgerlijk Wetboek. Deze laatste worden ook “servitudewegen” genoemd. Deze publiekrechterlijke erfdienstbaarheden kunnen door iedereen gebruikt worden, ook al staan ze niet op de atlassen der buurtwegen. 

Daarnaast zijn er privaatrechterlijke erfdienstbaarheden van doorgang, gesloten tussen twee of meer particulieren. Deze erfdienstbaarheden worden meestal vastgelegd in een notariële akte. Op deze private erfdienstbaarheden heeft de overheid geen vat (bijvoorbeeld inzake onderhoud).

Verder zijn er trage wegen die spontaan gegroeid zijn door het gebruik en onder geen enkel juridisch statuut vallen. Dit betreft vaak verbindingen tussen bestaande buurtwegen. Deze spontaan gegroeide trage wegen kunnen wel een openbaar karakter verkrijgen door een dertigjarige verjaring: indien dergelijke weg gedurende dertig jaar ondubbelzinnig werd gebruikt voor openbaar verkeer kan de gemeente door verjaring een publiekrechterlijke erfdienstbaarheid van doorgang verkrijgen. Dit kan wel gepaard gaan met complexe juridische procedures.

Naast de trage wegen die vallen onder buurtwegen van de wet van 1841 en de erfdienstbaarheden, zijn er ook verschillende trage wegen die onder een andere wetgeving ressorteren. Zo bijvoorbeeld wandelwegen in bossen (bosdecreet), in natuurgebieden (natuurdecreet), vroegere trein- of trambeddingen (juridisch statuur meestal afhankelijk van de bestemming op het gewestplan), dijkpaden in beheer van polders en wateringen,...
Tot slot kan het eigendomsrecht van trage wegen sterk uiteenlopen. Zoals hoger gesteld zijn er buurtwegen met een openbare bedding en met een private bedding. Openbare trage wegen kunnen eigendom zijn van de gemeente, de provincie, het gewest (bijvoorbeeld jaagpaden) of de federale overheid (bijvoorbeeld nogal wat vroegere treinbeddingen).
spacer.gif (820 bytes)