de founding fathers van de dorpskrant achter d'oechelen

De redactieleden van het eerste uur. (Els Trekker, Fons Van Tricht, Ward Govaerts, Maria Van Nuffelen) zijn er niet meer bij; Allemaal hebben ze het jaren volgehouden. Zij lieten een leefbaar blad achter voor hun opvolgers. Een interview met hen, ter gelegenheid van ADO nummer 100..

20 jaar, ‘t is verdorie een hele tijd. Het moment om eens in de achteruitkijkspiegel te blikken. Hoe kijken de redactieleden van het eerste uur terug op hun achter d’Oechelse periode? Vinden ze in de huidige nummers nog de oorspronkelijke inspiratie terug? Hoe konden we het beter te weten komen dan door het hun zelf te vragen?

Eigenlijk ontstond achter d’0echelen vanuit de werkgroep Leefmilieu. Verschillende leden ondervonden dat er toch een beetje nood was om nieuwe en minder nieuwe inwoners van de gemeente te informeren. Temeer daar het contactblad van de parochie ermee ophield.

Achter d'oechelen, van het oude spreekwoord "achter d'oechelen letten" (achter de struiken of figuurlijk achter de schermen kijken) werd als niet alledaagse naam gekozen.

Het was toen trouwens de tijd van de dorps- en stadskranten. Allemaal zijn ze vroeg of laat ter ziele gegaan.

Els Trekker, Ward Govaerts, Maria Van Nuffelen en Wim Vanderelst zorgden voor de eerste teksten en Bert Daniëls werd bereid gevonden de lay-out te verzorgen.

In maart 1979 werd het eerste nummer gedrukt op 750 exemplaren en verdeelt in Oud-Heverlee; Dat koste toen zo'n  5.000 frank. (Nu verschijnen we op 4200 exemplaren wat ons bijna 5.000 euro kost.)

Belangstelling was er meteen, er stond dan ook zowat van alles in van wat de mensen kon interesseren: waarom is er geen gemengd onderwijs in Oud-Heverlee? Zijn graadklassen nog van deze tijd? Komt er nu een spoorviaduct in Oud-Heverlee? Komt de T.G.V. langs de autostrade? Wat met het Winkelveld, het recreatiepark enz..;enz… Je kan zo aflezen wat onze bevolking toen bezighield, de betogingen tegen de kernraketten bv.

Veel inbreng was er ook van Marcel Baert en van het verenigingsleven. Ja, het dorpsleven was toen veel intenser, weet Els. De mensen leefden veel nauwer samen, men deed nog moeite om nieuwe bewoners te betrekken bij het dorpsleven. Het verenigingsleven was dan ook veel boeiender dan nu.

Ook Ado evolueerde een beetje mee. Door eerst Sint-Joris-Weert en later heel de fusiegemeente te bestrijken werd het, helaas, een "serieuzer" blad, en misschien iets verder van het eigen bed.. Met weemoed werd er teruggedacht aan een 1 april nummer vol kolder, maar verpakt alsof het een gemeentelijk infoblad was. Veel mensen hebben er zich aan laten vangen, en waren daar achteraf boos om.

"Alhoewel we dikwijls mensen interviewden, heeft dat toch nooit tot moeilijkheden geleid. Waar we het nodig vonden, deden we een beetje aan zelfcensuur. Al herinner ik mij wel iemand, die op de loer lag om bij haar moeder de achter d’oechelen uit de reclame te gritsen, verteld Maria.

Heel af en toe werd er meer gedaan dan schrijven/ een verkiezingsdebat organiseren, of een verkiezingsshow of nog, een wandeling met geleid bezoek. Om de pizza-avonden niet te vergeten natuurlijk.

Alhoewel er nooit erg veel reacties komen, en dan meestal nog op artikels waar we het niet verwacht hadden, merken we toch dat achter d’oechelen heel goed gelezen word. Soms merken we dat ook aan dingen die net niét gebeuren omdat ze op tijd openbaar gemaakt werden. Oproepen, zoals onlangs over het model voor "de zaaier" van Meunier, daar krijgen we resultaat van. Of de taalfout op het welkombord van VKT, die was direct verwijderd na een ludiek commentaar. Ook ondervinden we dat als we iemand aanspreken om er iets over te schrijven in ADO. We hebben nog nooit moeten uitleggen wat dat voor iets is.....

Soms merken we zelfs dat ADO buiten de gemeente gelezen wordt. Zo waren er contacten naar aanleiding van enkele artikels over sabotageactie van het verzet in de 2de W.O. met de reportageploeg van M. Dewilde. Ook vormde een artikeltje in ADO de aanleiding voor een relletje waardoor de burgemeester zijn zitje in Interleuven moest opgeven.

Och, rechtstreekse aanvaringen met het gemeentebestuur zijn er nooit geweest, maar van enige erkentelijkheid, laat staan erkenning is ook nooit sprake geweest.

Ja, ze hebben er plezier aan beleefd, merken ze nu bij het doornemen van de oude nummers. Ze hebben het trouwens allemaal heel lang volgehouden. Een van de laatste die vertrok was Ward, die zoals onze gedragscode het wil, ontslag nam toen hij in de politiek stapte. "Al wel honderd keer heb ik moeten uitleggen dat ik met de redactie niets meer te zien heb, en toch wordt ik er nog altijd over aangesproken. Vooral nogal wat politieke tegenstrevers kunnen er niet inkomen dat je persoonlijke banden niet zou gebruiken om aan politiek te doen."

Ja, nog zoiets. Veel mensen hebben ons direct een groen etiket opgeleefd, alhoewel we toch altijd proberen alle kanten te belichten. Maar ja, niet iedereen kan altijd goed een onderscheid maken. Zo dachten er een paar dat één van ons in naam van de volksunie in de redactie zat, gewoon omdat er V.U achter zijn naam stond als verantwoordelijk uitgever!