spacer.gif (820 bytes)
4blauw.gif (837 bytes)

   uit ADO 113: Een klein dorp in een grote oorlog

99trein2.jpg (9736 bytes)

300 doden bij een sabotageactie?

spacer.gif (820 bytes)
4blauw.gif (837 bytes) trein3.jpg (17184 bytes)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

trein4.jpg (7669 bytes)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

spacer.gif (820 bytes) Op 30 juli 1943 vielen er in Oud- Heverlee, vlakbij het Zoet Water, 300 doden bij een bomaanslag van het verzet op een Duits militair transport. Zo staat het althans beschreven in verschillende historische werken over de oorlog. Volgens het boek “De vijand te lijf, De Belgen in het verzet” (W. Meyers en F Selleslagh, Helios Antwerpen-Amsterdam) was dit een van de bloedigste aanslagen in de geschiedenis van het gewapend verzet in België. Bij de slachtoffers een Duitse generaal, meer dan twintig officieren en 285 soldaten. En ongelukkig genoeg ook twee Belgen: de onverwachts in het station van Leuven opgeëiste machinist en stoker.

De aanslag werd uitgevoerd door vijf leden van het gewapend verzet uit het Leuvense onder leiding van Pierre-Charles Hermans. Twee van hen schreven na de oorlog een gedetailleerd activiteitsverslag over hun verzetsdaden. Allicht mede aan de hand van die verslagen publiceerde de Leuvense commandant van dit partizanen-korps, de onlangs overleden Louis Van Brussel, het relaas in zijn boek “Partizanen in Vlaanderen”.

Het gebeurde allemaal aan de koebrug bij het Zoet Water in Oud-Heverlee. Het brugje staat er nog steeds. U kan het vinden als u van het Zoet Water in de richting van Weert wandelt langs de Waversebaan. De eerste aardeweg rechts leidt u na een honderdtal meter tot bij het bakstenen spoorwegbrugje, het decor van deze actie. Verder wandelen kan daar niet, daar begint het afgesloten deel van het natuurreservaat de Doode Beemde.

Het relaas van de bomaanslag.

Op die zomernacht in 1943 waren de vier mannen (een van hen vermeldt in zijn verslag echter een vijfde deelnemer met naam en toenaam) “al lang voor het voorziene uur ter plaatse, geduldig wachtend . Wij hadden precieze inlichtingen verkregen nopens de doortocht van een belangrijk troepentransport, belangrijk in kwantiteit en kwaliteit. Verschillende troepentransporten, waarvan echter de lading bestond uit materiaal reden ons voorbij. Het was slechts na een paar minuten voor het voorziene uur dat ik, geholpen door Lismont R, terwijl twee andere weerstanders de wacht hielden, de lading plaatste. Het was hier voor de eerste maal dat ik een door mij zelf uitgevonden elektrische zelfontsteking (door de locomotief) uitprobeerde.” schrijft Pierre – Charles Hermans.

Van Brussel beschrijft in zijn boek de rest van het verhaal: “Bij gebrek aan springstof gebruiken ze een obus van 75mm waarvan de ontsteker vervangen is door een elektrische knalkoker en een weinig springstof.(...) Reeds tijdens het plaatsen van de lading rijden hen een paar met kanonnen en voertuigen geladen treinen voorbij. Rond 3u30 is alles klaar en als uit de richting Leuven een nieuw konvooi in aantocht is, wacht men tot het vlakbij de springlading is alvorens het spoor op te blazen. Onder een oorverdovend gekraak stort het ganse transport van de metershoge spoordijk naar beneden. De resultaten overtreffen alle verwachtingen. Zonder het te weten hebben onze PA (partizanen nvdr) toevallig een stafcompagnie uitgekozen. De manschappen zitten in de open deuren van de goederenwagons of tussen de kanonnen en voertuigen boven op de platte wagens. Bij de eerste klap slaan al de deuren dicht en worden massa’s armen en benen letterlijk afgesneden. Als dan heel het konvooi in de diepte stort worden de Duitsers met tientallen door de rollende wagons, voertuigen en geschut verpletterd. Erger nog was het vooraan gesteld. Vlak achter de locomotief was een tweede-klasse-rijtuig vastgemaakt waarin de officieren hadden plaatsgenomen. In haar val kipte de locomotief nu dit rijtuig over zich heen zodat het met de wielen naar boven naast de berm kwam te liggen. De locomotief volgde en stortte zich ondersteboven op het rijtuig dat totaal verpletterd werd. Dat het aantal slachtoffers zeer hoog was wisten wij reeds ’s anderendaags toen onze inlichtingenverantwoordelijke zich ter plaatse begaf en zich, voorzien van een spoorwegpet, handig mengde tussen de opruimende arbeiders en de Duitsers. Wij moesten echter wachten tot bij de aanhouding van de Leuvense Gestapo-leiders, na de bevrijding, om het juiste aantal doden te kennen. Eén generaal, twee kolonels, en een twintigtal officieren en circa 265 soldaten en onderofficieren sneuvelden. (...) In een eerste reactie dachten de Duitsers 50 gijzelaars in de streek aan te houden, doch waarschijnlijk beducht voor de averechtse uitwerking van deze maatregel, verklaarden zij later dat deze actie het werk van Engelse parachutisten geweest kon zijn.” Een Duitse soldaat nam foto’s van de hele ramp en bracht die binnen bij een Leuvens fotograaf om te ontwikkelen. Die bewaarde enkele afdrukken voor zichzelf, waarvan na de oorlog nog vele kopies werden gemaakt.

De balans: 300 doden ?

Voor het verzet was het vrij moeilijk in die tijd om een correct beeld te krijgen van de resultaten van hun acties . Zeker als die meteen door militairen werden afgeschermd. Hermans schrijft daarover in zijn verslag het volgende: “De resultaten, trouwens door de Leuvense gestapisten Janssens en Feignaert tijdens hun proces bevestigd, waren 185 Duitse soldaten en 85 officieren, waaronder een generaal en twee kolonels gedood. (...) Het eigenaardige in deze zaak was dat de bezetter geen vergeldingsmaatregelen trof, niettegenstaande hij dit in het begin aangekondigd had. Dit mag toegeschreven worden aan het feit dat hij van het gebruikte materiaal enkel een stuk elektrische draad van Engelsch fabricaat terugvond, waardoor hij concludeerde dat deze daad toe te schrijven was aan Engelse valschermspringers. “

Vranckx vermeldt in zijn activiteitsverslag over deze aanslag dat “200 tot 250 duitschers gedood werden “ en dat de spoorlijn verscheidene dagen geblokkeerd was. In de archiefstukken van Van Brussel bevindt zich ook een rapport dat kennelijk uit 1943 dateert en waarin een ooggetuige (de man met spoorwegpet die zich onder de arbeiders mengde uit het verhaal van Van Brussel ?) volgend verslag doet: “In ’t geheel zijn 14 spoorwagens ontspoord. De wanorde was verschrikkelijk, wagens lagen om of staken in elkaar. Gekwetsten en doden lagen verstrooid. Karren en geschut lagen van en tusschen de wagens. Boeken en geschriften (allemaal duitsch) kousen, vernielde proviandkisten en kleedingstukken lagen in wanorde door elkaar. Een deur 3de klas lag nevens de lokomotief. Wrakstukken werden ongeveer 50 meters de weide ingeslingerd. (...) Dooden: duitsche bron: 16 + 3 vermisten. Betrouwbare bron van het eerste oogenblik tusschen de 40-60. Bewijs daarvan: Kort na het gebeurde zijn er twee groote autocamions merk Eisenbahn ter plaatse verschenen. Zijn verschillende malen in richting Leuven over en weer gereden; hetgeen ze vervoeren dekken ze met roode dekens. Gekwetsten: Duitsche bron: onbekend. Betrouwbare bron minstens 150 licht en zware. De burgemeester van Sint-Joris- Weert heeft zelf met eigen auto 3 maal naar Leuven gekwetsten vervoerd. Auto 6 zitplaatsen. Duitsche auto’s en camions vervoerden er ook. Op 2 augustus heeft de stadsgrafdelver op Duitsch bevel 7 graven voor officieren moeten delven op stadskerkhof. Spoorwegschade: de 2 lijnen waren versperd tot 17 uur namiddag waarna een richting dinsdag 3 augustus vrij was. Om 21 uur ’s avonds waren er nog ongeveer 30 werklieden aan het werk. Kort na het gebeurde dreigde een officier 50 burgers te fusilleren. Eenigen tijd daarna verschenen 16 Feldgendarmen die twee per twee patrouille dienst in boscchen en veld gedaan hebben. Ook is er een autobus gekomen die de overblijvende onder- en officieren heeft vervoerd. Bestemming onbekend.” 300 doden ?

Dit hele verhaal uit verzetsbronnen lokt nogal wat argwaan uit met betrekking tot de omvang van de resultaten. 300 doden is wel erg veel. En daarbij een generaal, twee kolonels en een 20tal officieren ? En dat zonder dat er veel Duitse tegenmaatregelen genomen werden. De Duitsers waren doorgaans niet mals voor de burgerbevolking. Al in 1940 werden er in de provincie Brabant affiches opgehangen op bevel van de Duitse overheid met het duidelijke dreigement om “desnoods de mannen van 18 tot 45 jaar in ballingschap weg te voeren” als sanctie voor “alle handelingen der bevolking tegen de veiligheid harer legers”. Het tarief voor één dode Duitsers was tien Vlamingen, werd gezegd. Elders waren hogere tarieven in voege: in Servië had Hitler het bevel uitgevaardigd dat er voor iedere vermoorde Duitser 100 Serviërs zouden worden omgebracht, en voor iedere gewonde Duitser vijftig. Hier gebeurde er merkwaardig genoeg niets. Omdat men de aanslag aan Engelse valschermspringers toeschreef ?

Een eerste zoektocht om meer te vernemen over deze aanslag leverde ons niet zoveel op. Een verwijzing in het boek van Van Brussel naar het Leuvense stadsarchief leidde naar een andere publicatie van Van Brussel met hetzelfde verhaal. In het eerder aangehaalde boek van Meyers en Selleslagh worden de cijfers van Van Brussel overgenomen. En die cijfers liggen wat hoger dan wat gemeld wordt in de activiteitsverslagen van de uitvoerders van deze aanslag.

Daarop namen we contact op met professor Luc De Vos van het departement Geschiedenis van de Koninklijke Militaire School. Trefzeker werden we verwezen naar destijds geheime Duitse rapporten die na de oorlog door het Amerikaanse leger op microfilm werden gezet.

spacer.gif (820 bytes)
4blauw.gif (837 bytes) spacer.gif (820 bytes) Een copie ervan kan worden geconsulteerd in het Studiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (SOMA) in Brussel. In die stukken vonden we de telegrammen die werden uitgewisseld tussen de Duitse bevelvoerder in België en het opperbevel in Duitsland. Dag na dag werden daarbij de gebeurtenissen gerapporteerd: bewegingen van vijandelijke vliegtuigen, afgeworpen bommen, de schade die daarbij werd veroorzaakt, en ook aanslagen van het verzet op Belgen of Duitsers. Daarbij vonden we ook een telegram van de Duitse bevelvoerder in België en Noord-Frankrijk aan het Duitse opperbevel en de bevelvoerders in de omliggende landen over de aanslag in Oud-Heverlee. In het telegram van 31 juli 1943 staat het als volgt:
spacer.gif (820 bytes)
4blauw.gif (837 bytes)

telegram

spacer.gif (820 bytes)  

Besonderes Vorkommnis:

Am 31.7.1943 wurden 2 Eisenbahnanschläge durchgeführt:

1. Um 3.37 Uhr entgleiste infolge Schienensprengung ein Wehrmacht-Transportzug bei Oud Héverlé
(5 km s-Löwen) kurz vor einer Brücke. Lok und mehrere Wagen stürsten von der Brücke, 12 Wagen entgleisten. Verluste bis jetzt: Wehrmacht 8 Tote und 20 Verletzte, Belg. Lokpersonal : 2 Tote? (...) Massnahmen: Begleitung aller SF und Transportzüge durch mitfahrende Landeseinwoner beabsichtigt.
2. Grossrazzia in Raum um Löwen.

spacer.gif (820 bytes)
4blauw.gif (837 bytes)

spacer.gif (820 bytes)  

(Vertaald: Bijzondere gebeurtenissen: Op 31.7.1943 werden 2 spoorwegaanslagen gepleegd. Om 3.37uur ontspoorde door een bomaanslag een transporttrein van de Wehrmacht bij Oud-Heverlee (5 km ten zuiden van Leuven) vlak voor een brug. De locomotief en verscheidene wagons stortten van de brug. 12 wagons ontspoorden. Verliezen tot op heden: Wehrmacht: 8 doden en 20 gekwetsten, Belgisch treinpersoneel 2 doden. )

 

spacer.gif (820 bytes)
4blauw.gif (837 bytes)

Wie zoekt
verder ?

spacer.gif (820 bytes) In een later vertrouwelijk bericht van 7 augustus wordt in het weekoverzicht opgegeven dat er bij de Wehrmacht 5 doden vielen en 20 gekwetsten, 2 doden bij het Belgisch spoorweg personeel en dat het spoor 15 uur onderbroken bleef.

Bij de tegenmaatregelen meldde het Duits bevel al dat ze voortaan op deze militaire transporten telkens Belgische burgers wou laten plaatsnemen. Daarover werden de volgende dagen nog enkele berichten uitgewisseld, waarbij dit door de Wehrmacht Transportleitung in Parijs werd afgewezen omwille van de gewenste geheimhouding over transporten.

Opvallend is het erg grote verschil tussen de Duitse rapportering van het aantal doden en gekwetsten tegenover de versie van het verzet. De Duitsers houden het uiteindelijk bij 5 doden en 20 gekwetsten, naast de twee Belgen.

Professor De Vos die we hierover opnieuw contacteerden is ervan “overtuigd dat de Duitse bronnen een vrij precieze weergave van de feiten aanbieden. Het lijkt minder waarschijnlijk dat het Duitse militair bevel in interne communicaties het effect van deze aanslag zou afgezwakt hebben. De Duitse administratie noteerde immers nauwgezet en minutieus en ging gedisciplineerd te werk.”

Onderzoeker Selleslagh van het SOMA en auteur van het eerder geciteerde boek over het Belgisch verzet was kritischer, ook al heeft ook hij zijn twijfels bij de cijfers van Van Brussel. Hij verwees ons door naar een Duits militair archief in Freiburg. Daar liet men ons weten bij geldgebrek niet meteen te kunnen ingaan op onze vraag. Maar het stond ons vrij om zelf of door een onderzoeker tegen betaling het opzoekwerk te komen doen in hun archieven.

Op de redactie van Achter d’Oechelen kijken we uit naar lezers die ons misschien meer kunnen vertellen over wat er toen gebeurde. (Ook de mecenas die het onderzoek van het militair archief wil financieren, of de student geschiedenis die zelf dat klusje wil klaren, is van harte welkom). We willen er graag op terugkomen in een volgend nummer. Dan ook meer over andere gebeurtenissen en acties van het gewapend verzet om en rond Oud-Heverlee.

Alle niet meer gebruikte documenten (boeken, foto’s, kaarten, archiefstukken enz) betreffende de krijgsgeschiedenis mogen gedeponeerd worden in het documentatiecentrum van de leerstoel Krijgsgeschiedenis van de Koninklijke Militaire School, Renaissancelaan 30, 1000 Brussel. Tel 02/737 64 96.

spacer.gif (820 bytes)